Jaren 10

ART NOUVEAU
Deze trap in Art Nouveau stijl, ook wel Jugendstil genoemd, valt niet te ontwijken! Een stijl welke vooral populair was voor de eerste Wereldoorlog (1914-1918). Denk hierbij aan motieven in asymmetrische composities met een tweedimensionaal karakter. De belangrijkste inspiratiebron van deze kunststroming is de natuur. De motieven zijn vaak langstelige, gracieus gestileerde planten en bloemen (lelies, kelken, irissen, papavers, rozenknop), vogels (zwanen, pauwen), libellen, de eivorm, wolken- water- en rotspartijen, vaak gecombineerd met slanke vrouwengestalten.

De meubels waren vaak gemaakt van donker, gepolijst hout. Dit werd gecombineerd met verschillende tertiaire kleuren zoals geelgroen, blauwgroen en oranjerood. Al werden er ook veel licht bruine en crème tinten gebruikt. De bewogen lijnen waren een middel om emoties uit te drukken. IJzer was zeer geschikt om verwerkt te worden tot sierlijke gebogen vormen. Dat het in zoveel kunstvormen werd toegepast, kwam doordat het heel gebruikelijk was dat een architect ook meubels, zilver, glaswerken, wandversieringen en affiches ontwierp.

Jugendstilproducten hebben ook vaak Japanse kenmerken zoals lege ruimten en de waaiervorm. De letters werden in de jugendstilperiode zo min mogelijk geassocieerd met de drukkunst en de mechanische productie. In één tekst kon men meerdere letterhoogten aantreffen doordat enkele of meerdere letters vergroot of verkleind werden.

Gewijzigde sociale en economische omstandigheden en de toepassing van nieuwe materialen zoals beton, brachten na de Eerste Wereldoorlog het einde van de jugendstil. In het midden van de jaren zestig van de twintigste eeuw beleefde de jugendstil, vooral in ontwerpen voor affiches en textiel, een nieuwe bloei. De lettervormen, vooral de initialen uit de jugendstil- of art-nouveauperiode, inspireren nog steeds veel kalligrafen.